Sociaal Competentie Model

Om iemand hulp te kunnen geven moet je ook een idee (=behandelvisie) hebben over waar bepaalde problemen vandaan komen en hoe je die kan aanpakken. Hiervoor maken wij gebruik van de laatste kennis op dit gebied en zetten we dat in in de behandeling van onze jongeren. Wij willen datgene doen, waarvan wij ook weten dat het werkt, maar ook dat het ook een methode is die bij onze jongeren en ouders/verzorgers past. Het Sociaal Competentie Model, de methodiek waar onze behandelvisie op gebaseerd is, gaat ervan uit dat probleemgedrag ontstaat vanuit een verschil tussen competenties en taken (dus in andere woorden: hetgeen wat er van een jongere wordt gevraagd is (nog) te moeilijk voor deze jongere).

Het Sociaal Competentie Model is sinds begin jaren negentig de basis van waaruit binnen Icarus wordt gewerkt. Het model gaat ervan uit dat nieuw, meer effectief gedrag kan worden aangeleerd dat in plaats komt van ineffectief, vaak maatschappelijk niet verantwoord of delinquent gedrag.

Integrale aanpak

De jongere krijgt een gestructureerde omgeving aangeboden waarin hij de kans krijgt ervaringen op te doen met ander gedrag. De jongere wordt geholpen met het oefenen van nieuw gedrag, zodat compententies om dagelijkse taken goed uit te voeren, worden uitgebreid en vergroot. Positieve feedback op effectief gedrag zorgt voor positieve ervaringen en vergroot het zelfvertrouwen van de jongere. De pedagogisch medewerkers van Icarus vervullen hierin een sleutelrol. Door het intensieve dagprogramma dat samen met de onderwijsmedewerkers wordt ingevuld, hebben de pedagogisch medewerkers het meest contact met de jongere, individueel of in de leefgroep. Zij hebben een voorbeeldfunctie, delen complimenten uit als iets goed gaat en laten zien dat het anders kan als iets mis gaat.

Deze visie vraagt om een integrale aanpak. Het is belangrijk dat elke medewerker vanuit dezelfde uitgangspunten werkt. De gedragswetenschapper die het trajectplan opstelt, de onderwijzer die les geeft, de pedagogisch medewerker die met de jongere aan tafel zit en de trajectmedewerker die met de familie contact heeft.

De uitvoering van de methodiek is een steeds veranderend proces. Centraal hierin staat het ‘token economy-systeem’. Dit is een beloningssysteem waarbij gewenst gedrag wordt beloond met fiches (tokens) die uitwisselbaar zijn voor bepaalde privileges.

Verschillende fases

In de behandeling is een fasering aangebracht. In de eerste fase ligt het accent op basisvaardigheden als zelfverzorging, kameronderhoud en het tonen van inzet tijdens projecten. In de fasen daarna ligt de nadruk op het leren van sociale vaardigheden. In fase drie en vier is zelfstandig functioneren het belangrijkste doel. In alle fasen worden voor elke jongere zo concreet mogelijke leerdoelen gesteld.

De feedbackregistratiekaarten, zoals die in het token economy-systeem worden gebruikt, zullen het komende jaar worden vervangen door een nieuwe vorm, die meer recht doet aan leerpunten, eigen inbreng en positieve beïnvloeding van de jongere.

De jongere zelf wordt meer geprikkeld tot gedragsverandering en invulling daarvan, onder meer door het bijhouden van een persoonlijke map. Het systeem zal meer worden geïntegreerd in de behandeling. Bijvoorbeeld bij de eerste kennismaking in het samen opstellen van de doelen van de behandeling. Het contact met de mentor van de jongere en de ouders tijdens de behandeling (over invulling van verlof bijvoorbeeld) wordt intensiever. Er zijn bijeenkomsten van ouders die parallel lopen aan een training (zoals agressieregulatietraining).

Naast de basismethodiek zijn er verschillende groepsen individuele interventies die daarop een aanvulling vormen. Er is muziektherapie, sociale vaardigheidstraining en de genoemde agressieregulatietraining. Ook hier geldt dat uitwisseling en een integrale aanpak gewaarborgd moeten zijn. Het samenwerkingsverband met de forensisch jeugdpsychiatrische polikliniek Sedna biedt mogelijkheden voor individuele- en groepstherapie, oudertherapie en gezinstherapie zoals Functional Family Therapy.